11 juli 2019

Doorspelen met een gebroken nek

Er zijn voorbeelden genoeg van voetballers die stug doorspelen met een blessure. Bij een beetje stoere verdediger mag een hoofdwond de pret bijvoorbeeld niet drukken, ook al gutst het bloed er uit. Het leverde iconische beelden op van voetballers als John de Wolf, Jan van Halst, Giorgio Chellini, maar natuurlijk vooral Terry Butcher, spelend met bebloed shirt een tulband op het hoofd. Maar doorspelen met een gebroken nek? Dat is van een hele andere orde. Toch is dat precies wat er op 5 mei 1956 in Engeland gebeurde, toen Manchester City en Birmingham City het tegen elkaar opnamen in de finale van de FA-Cup.

Onder de lat bij Manchester stond die dag de Duitser Bert Trautmann. De doelman was tijdens de Tweede Wereldoorlog als krijgsgevangene in Engeland beland en was na de oorlog blijven hangen en in een carrière als betaald voetballer gerold. Na aanvankelijk op veel verzet te zijn gestuit, was hij uitgegroeid tot een gewaardeerd doelman. Bij een 3-1 voorsprong wierp Trautmann zich in de 75e minuut voor een Birmingham-aanvaller en kwam hard met hem in botsing. “Het leek wel een treinbotsing,” zou Trautmann later verklaren. Wissels waren destijds nog niet toegestaan, dus ondanks de martelende nekpijn die hij aan het incident overhield speelde Trautmann door. Hij verrichtte in het resterende kwartier zelfs enkele cruciale reddingen, maar het ging met hangen en wurgen. Trautmann: “Ik zakte in die laatste 15 minuten nog twee of drie keer in elkaar. De pijn was ondragelijk en ik moest mijn nek met mijn rechterhand ondersteunen.”