Het verkeerde soort geschiedenis schrijven

Spelend in een groot toernooi, is de droom van elk deelnemend team uiteraard om geschiedenis te schrijven. Maar zoals Engeland gisteravond tegen IJsland ontdekte, kan het uitkomen van die droom heel anders uitpakken dan verwacht. Je kunt namelijk ook het verkeerde soort geschiedenis schrijven. De onverwachte uitschakeling tegen IJsland zal voor eeuwig voortleven in de herinnering van Engelse voetbalfans. Maar dan wel als het 21ste-eeuwse equivalent van die eerdere nauwelijks te geloven Engelse nederlaag, de 0-1 tegen de Verenigde Staten tijdens de groepsronde van het WK 1950 in Brazilië.

Engeland gold destijds als één van de favorieten. Het leek ook een sterk team te hebben, met spelers als Stan Mortensen, Alf Ramsey, Tom Finney en aanvoerder Billy Wright, de onverzettelijke verdediger van Wolves die meer dan honderd caps zou verzamelen ondanks het feit dat hij actief was in een tijd dat er veel minder interlands werden gespeeld dan tegenwoordig en hij ook nog eens de eerste paar jaren van zijn interlandcarrière misliep door de Tweede Wereldoorlog. De eerste wedstrijd in Brazilië, tegen Chili, was keurig met 2-0 gewonnen. Tegenover de Engelse profs stelden de Verenigde Staten, die hun eerste wedstrijd met 3-1 hadden verloren van Spanje, in het Estádio Independencia in Belo Horizonte een team van veredelde amateurs op.

Tom Finney probeert de bal op doel te koppen tussen twee Amerikaanse verdedigers

Aanvankelijk was er geen vuiltje aan de lucht voor de Engelsen. In het eerste kwartier schoten ze twee keer op de paal en creëerden nog een handvol andere kansen. Het leek een kwestie van tijd voordat de eerste goal zou vallen. Maar toen dat doelpunt uitbleef, sloeg in de 37e minuut het noodlot toe. Een afstandsschot schampte het hoofd van de Amerikaanse spits Joe Gaetjens en werd daardoor net genoeg van richting veranderd dat de Engelse keeper Bert Williams kansloos was. Tot verbijstering (en vreugde) van de tienduizend Braziliaanse toeschouwers stond het 1-0 voor de Amerikanen.

Verdediger Alf Ramsey ziet de bal tot zijn schok achter keeper Bert Williams in het doel verdwijnen

Met die voorsprong voor Amerika gingen de teams ook rusten. In de tweede helft ging Engeland met hernieuwde energie op zoek naar de gelijkmaker, terwijl de Amerikanen (steeds enthousiaster gesteund door de Brazilianen) loerden op de tegenaanval. Het dichtstbij een treffer kwamen de Engelsen acht minuten voor tijd, toen de Amerikaanse keeper Walter Bahr met een uiterste krachtsinspanning redding bracht op een kopbal en onduidelijk was of de bal op of achter de lijn gekeerd was. Kort daarvoor had de Italiaanse scheidsrechter besloten om een rugbytackle door een Amerikaan die eindigde in het strafschopgebied, maar erbuiten was ingezet, te bestraffen met met een vrije trap in plaats van een penalty. Ook dit keer besliste hij in het voordeel van de Amerikanen.

Het zal de frustraties van de Engelsen over wat hen aan het overkomen was alleen maar vergroot hebben. Tot een grote kans kwam het niet meer en de wedstrijd eindigde in 1-0. Het verhaal wil dat thuis in Engeland de krantenredacties er vanuit gingen dat het telegram dat de uitslag melde een vergissing moest zijn en tot de conclusie kwamen dat Engeland met 10-1 of 10-0 had gewonnen. Een mooie anecdote, maar zoals zo vaak in de voetbalgeschiedenis het geval is: een mythe.

De trainer en spelers die schuldig waren aan het debacle van Belo Horizonte zijn allemaal al lang en breed overleden, op één na. Ergens in een bejaardentehuis in Engeland zal een 92-jarige Roy Bentley gisteravond ongetwijfeld opgelucht hebben ademgehaald. Eindelijk een nederlaag die de hunne kan overschaduwen.