- Hoofdmenu -



- Verwante links -



- Advertentie -


- De beste voetballers aller tijden -

Er zijn veel grote spelers geweest in de geschiedenis van het voetbal. Een paar steken er echter met kop en schouders boven uit. Op deze pagina brengen we hulde aan spelers als Pelé, Cruijff, Di Stefano, Puskas, Best en Platini. Voetballers die in de herinnering voortleven als de beste van de besten. Hieronder onze top 10 van grootste voetballers ooit.

1. Pele 6. Beckenbauer
2. Cruijff 7. Platini
3. Maradona 8. Eusebio
4. Di Stefano 9. Best
5. Puskas 10. Zidane

Zie ook: Europees Voetballer van het Jaar



1. Pelé (1956-1977)
Pele (1940) is misschien niet de meest originele keuze als beste voetballer aller tijden, maar zijn staat van dienst spreekt voor zich. Met Brazilië won hij drie wereldkampioenschappen en ook met zijn club Santos grossierde hij in titels. Van 1961 tot 1965 werd O Rei (de koning) vijf keer op rij Braziliaans kampioen. In 1962 en 1963 hielp hij zijn club aan de Copa Libertadores en de wereldbeker voor clubs. Pelé was snel, sterk, kon goed koppen en dribbelen en had een hard en zuiver schot in de benen. Aan het slot van zijn carrière ontpopte de immens populaire Pele zich in dienst van New York Cosmos tot een ware ambassadeur van het voetbal, een rol die hij sindsdien met verve is blijven vervullen.
Lees verder...

2. Johan Cruijff (1964-1984)

Johan Cruijff (1947) was met zijn dynamiek en onovertroffen techniek zonder meer de beste Europese voetballer aller tijden. Cruijff werd drie keer gekozen tot Europees Voetballer van het Jaar en wist met Ajax driemaal de Europacup te winnen. De Wereldtitel glipte Cruijff in 1974 door de vingers, maar dat maakt zijn betekenis als voetballer niet minder groot. Cruijff speelde het grootste deel van zijn carrière als spits, maar daarbij liet hij zich veelvuldig terugzakken naar het middenveld of week hij uit naar de flank. Later was hij vooral als spelverdeler actief. Als één van de weinigen in dit lijstje van topspelers ontpopte Cruijff zich ook tot een topcoach.
Lees verder...

3.
Diego Maradona (1976-1997)
Over de vraag of Diego Maradona (1960) in werkelijkheid niet de beste voetballer aller tijden was kan worden gediscussieerd, maar dat het om de beste speler van zijn generatie ging zal niemand betwisten. Dat bewees hij namelijk tijdens het WK van 1986, toen een verder niet bijzonder indrukwekkend Argentinië dankzij zijn enorme klasse de wereldtitel wist te winnen. Ook Napoli mag de twee landstitels en de UEFA-Cup die het in de tweede helft van de jaren tachtig won voor het overgrote deel op het conto van Maradona schrijven. In de jaren negentig kwam zijn carrière in een negatieve spiraal terecht en kreeg de schaduwzijde van persoonlijkheid de overhand.
Lees verder...

4. Alfredo di Stefano (1943-1966)
Alfredo di Stefano (1926) was de grote man van het Real Madrid dat de eerste vijf edities van de Europacup wist te winnen. Hij was een veelzijdige spits die met zijn uithoudingsvermogen, tactisch inzicht en scorend vermogen zonder meer tot de grootste spelers aller tijden mag worden gerekend. Hij kwam uit voor maar liefst drie nationale teams, maar was nooit actief op een WK. Di Stefano, die twee keer werd gekozen tot Europees Voetballer van het Jaar, won acht landskampioenschappen met Real en bracht het vijf keer tot topscorer van Spanje. In 1964 verhuisde Di Stefano naar Espanyol, waar hij nog twee jaar actief was alvorens het op zijn 40ste voor gezien te houden.
Lees verder...

5. Ferenc Puskas (1944-1966)
Ferenc Puskás (1927) was de grote ster van het indrukwekkende Hongaarse nationale elftal van begin jaren vijftig. In 1952 won dat team Olympisch Goud in Helsinki en een jaar later gaven ze het Engelse nationale team voetballes op Wembley. Met hun overwinning in het hol van de leeuw maakten Puskas en zijn mannen resoluut een einde aan de in Groot-Brittanië hardnekkig gekoesterde mythe dat het Engelse team het beste op aarde was. Na de Sovjet-inval in Hongarije van 1956 week Puskas uit naar het Westen. Hij vond onderdak bij Real Madrid, waar hij samen met spelers als Di Stefano en Gento een veelvoud aan prijzen zou winnen, waaronder drie Europacups.
Lees verder...

6. Franz Beckenbauer (1964-1984)
Deze lijst van beste speler van beste spelers aller tijden bevat voornamelijk aanvallers, zoals bij dit soort lijstjes meestal het geval is. Zo gek is dat niet. De beste spelers komen nu eenmaal in de aanval terecht. Toch zou deze lijst niet compleet zijn zonder Franz Beckenbauer (1945). 'Der Kaiser' was de grote man van het Bayern München dat in de jaren zeventig drie Europacups wist te winnen en de aanvoerder van het West-Duitse nationale team dat in 1974 in eigen huis de wereldtitel wist te veroveren. Beckenbauer was een elegante libero, die geroemd werd om zijn uitstekende techniek en zijn tactisch inzicht. Ook als coach zou hij West-Duitsland een wereldtitel bezorgen.
Lees verder...

7. Michel Platini (1973-1987)
Michel Platini (1955) was een technisch vaardige aanvallende middenvelder onder wiens leiding het Franse nationale team het op de WK’s van 1982 en 1986 tot de halve finale bracht en in 1984 het EK wist te winnen. De linksbenige Platini begon zijn carrière bij Nancy en speelde later voor St. Etienne, waarmee hij in 1981 de Franse titel won. Zijn grootste succes als clubvoetballer behaalde hij echter met het Italiaanse Juventus, toen hij met die club in 1985 de Europacup wist te winnen. Platini was een klassieke spelverdeler en één van de grote vrije trappen specialisten uit de geschiedenis van het voetbal. Platini werd driemaal gekozen tot Europees voetballer van het jaar.
Lees verder...

8. Eusebio (1958-1978)
Eusébio da Silva Ferreira (1942) won met Benfica tien Portugese landstitels en daarnaast in 1962 de Europacup. In 1966 loodste hij Portugal met negen gescoorde doelpunten zo ongeveer in zijn eentje naar de derde plek op het WK-Voetbal. Zijn voornaamste wapens waren zijn dribbelvaardigheid, het harde en zuivere schot in zijn linkerbeen en daarnaast zijn ongelofelijke snelheid (Eusebio was voormalig Portugees jeugdkampioen op de 400, 200 en 100 meter). In de 715 wedstrijden die hij voor Benfica speelde, scoorde Eusebio maar liefst 727 doelpunten. Lange tijd was hij de topscorer aller tijden van het Portugese nationale team, met 41 doelpunten in 64 wedstrijden.
Lees verder...

9. George Best (1963-1984)
Met zijn dynamiek, balans en schot in beide benen was George Best (1946) in de tweede helft van de jaren '60 een nachtmerrie voor elke verdediger. Als hij met de bal aan de voet op snelheid lag, was hij nauwelijks af te stoppen. Zijn beste jaar was 1968. Manchester United won de Europacup en hij werd gekozen tot Europees voetballer van het jaar. Problemen met gokken, alcohol en vrouwen leidden ertoe dat Best na een serie conflicten in 1974 vertrok bij Manchester. Daarmee was zijn carrière op het hoogste niveau op 27-jarige leeftijd effectief ten einde. Desalniettemin verdient Best het zonder meer te worden gerekend tot de allergrootste spelers uit de voetbalgeschiedenis.
Lees verder...

10. Zinedine Zidane (1988-2006)
Zinedine Zidane (1972) leidde Frankrijk naar de Wereldtitel in 1998 en het Europees Kampioenschap in 2000. De technisch begaafde middenvelder diende zich daarbij aan als de beste speler van zijn generatie. Zidane was in zijn topjaren een ongeëvenaarde spelverdeler die zijn aanvallers met intelligente steekballen van kansen voorzag. Hij kon echter ook zelf doelpunten scoren. Dat bewees hij bijvoorbeeld met zijn doorslaggevende doelpunten in de WK finale van 1998 en de Champions League finale van 2002 (namens Real Madrid). Zidane werd in 1998 gekozen tot Europees Voetballer van het Jaar en in 1998, 2000 en 2003 tot FIFA Wereldvoetballer van het Jaar.
Lees verder...

Gratis Poker Spelen

© www.voetbalhistorie.net
   
 
Frans cruyf cruyff cruijf maradonna ferens